“Back on your route” bliept mijn horloge: de horizontale afstand tussen mij en de weg is inderdaad slechts enkele meters. De verticale afstand echter, is toch al snel een kleine honderd meter. Daar had de werkelijkheid mijn gps toch mooi tuk. En ik zit met een klein probleem, want de route hier naartoe heeft heel wat klauteren gekost en ik zie het niet zitten om datzelfde stuk weer te moeten afdalen. Ik heb geen trailschoenen bij me. Wel genoeg water en sportdrank.
De eerste keer dat ik in Italië een rondje ging hardlopen, had ik alles onderschat. Het pad dat totaal niet te rennen bleek, de hitte, de hoogtemeters en dus de hoeveelheid water die ik mee had. Omdat me dat geen tweede keer mocht overkomen, heb ik een route gekozen die volgens mijn horloge uit meer populaire stukken bestaat.
Het begint allemaal prima, met het eerste stuk over een kronkelpaadje dat stijl afdaalt richting de baai, gevolgd door een veel te hippe boulevard met beachclubs vol mensen wiens linkersok waarschijnlijk al duurder is dan mijn complete outfit. Dan duik ik een klein onooglijk grindpad in dat net boven het kiezelstrand slingert, dan weer even stijl omhoog, soms half weggeslagen met precies op de juiste plek takken om je aan vast te houden. Er is weinig hardlopen bij, maar het is hier stil, met hier en daar een geweldig uitzicht over de baai. Net als ik een beetje avontuur begin te voelen, en al zelfs stukjes heb moeten klauteren, vallen me de handdoekjes en tasjes op de rotsen op. En niet veel later verschijnen er ook geïmproviseerde hutjes. Dan maak ik kennis met de eigenaren van de handdoekjes en hutjes. Overal mannen die mij poedelnaakt ietwat minzaam toeknikken. Ik voel me een indringer die zich niet aan de dresscode houdt, maar wat me vooral verbaast is hoe deze mensen hier zijn gekomen. Want terwijl ik me met een trailvestje om toch best avontuurlijk bezig vond op dit uitdagende pad, verschijnen deze heren op de meest onmogelijke plekken en richeltjes op slippers of blote voeten. Hoe dan?
Het pad verdwijnt bij een grote rots die in het water ligt. Te hoog om overheen te klimmen. Omdat ik niet heel veel zin heb om rechtsomkeert te maken en alle mannen nog een keer te moeten lastigvallen, waad ik om de rots heen. Aan de andere kant van de rots blijkt een blote dame te liggen in een soort strandhuisje bestaande uit een combinatie van wrakhout en huiselijke kleedjes, lampjes en een schilderij en die mij verder compleet negeert. Een steile geïmproviseerde trap gaat omhoog het groen in.
Na een flinke klim, eindigt het paadje bij een hek boven mij. Ik hoor auto’s razen en voor ik het weet sta ik op een smal strookje naast een provinciale weg. Als ik achterom kijk is het nauwelijks te zien dat achter het hekje een pad loopt. Na wat gezoek blijkt mijn route zich verder omhoog te slingeren aan de andere kant van de weg. Een kort sprintje over de weg en tien stappen later, is het razende verkeer verdwenen en loop ik alleen door het groen.
Hoger en hoger gaat het pad, dat soms even lijkt te verdwijnen en zich even later als een vage lijn langs een smal randje laat zien. Meer een “ach, deze kant ongeveer, zie maar”, dan een duidelijke route. De ondergrond verandert langzaam van zachte naalden en zand naar grind en steeds grotere stenen die het hardlopen weer onmogelijk maken. De route op mijn horloge en de werkelijkheid sluiten steeds minder op elkaar aan. “Off route” piept mijn horloge. Door mijn schoenen heen voel ik de scherpe punten terwijl het pad steeds onduidelijker wordt en net als ik denk dat ik me weer eens volledig heb vastgelopen, sta ik naast de grote witte toren die je zelfs vanaf de camping kan zien.
Als ik een rondje rond de toren loop, piept mijn horloge opnieuw, dit keer met goed nieuws: “back on your route”. Ik kijk over de rand naar beneden, naar de strakke lijn van de weg beneden die precies overeenkomt met het lijntje op mijn horloge.
Ik zucht, draai me om en zoek een route langs de andere kant van de heuvel, zodat ik uiteindelijk via een asfaltweg naar de camping ren.
“Off route!”, bliept mijn horloge.

