De soep wordt ingeschonken door een vriendelijke jonge vrouw met blauw haar. Het terrein om me heen gonst van de vrolijke opluchting die hoort bij de finish van een trailrun die toch weer net even pittiger was dan je dacht. Ik kom wekelijks meerdere keren op deze atletiekbaan, maar de sfeer die het nu heeft, ken ik alleen maar van deze wedstrijd. Mensen die elkaar niet kennen bespreken de pittige klimmetjes, het onverwacht warme weer en de uiteraard de soep, die zo welkom is na al die zoetigheid waarmee de trailvestjes waren volgestouwd. Dit evenement is een pareltje. Midden in de grijze Randstad 13 tot 35 km lopen in het groen. Het kan.
Voor de race kom ik een vaag bekend gezicht tegen. We komen er achter dat we ooit samen ‘De rondjes van Pijn’ liepen, georganiseerd door hetzelfde team als deze houttrail. Tien rondjes van 4.2 km, die elk halfuur moeten worden afgetikt. We waren met elkaar in gesprek geraakt omdat hij alle ronden met een flink verzwaringsvest liep (“ik dacht, waarom niet… het zit alleen voor geen meter”), en ik had bedacht om die 42 km uit te breiden tot een 55km ultra. Idioterie schept een band.
Al vlak na de start ben ik de man kwijt. Ik heb niet echt een plan voor deze trail, maar voel me onverwacht sterk deze ochtend. Ik ken de omgeving hier op mijn duimpje, maar het is verbazingwekkend hoe veel kruipdoor-sluipdoorpaadjes er blijken te bestaan die ik nooit meeneem in mijn eigen looprondjes.
De paden zijn hard en droog, mijn trailschoenen eigenlijk te grof voor deze ondergrond. Mijn enkels hebben het zwaar, maar ik loop lekker door, haal hier en daar mensen in en begeleid door een zonnetje vermaak ik me prima.
Maar na een stuk in het open veld, valt plotseling de motor stil. Ik heb regelmatig gedronken, maar mijn lichaam wil met deze warmte niet lekker meewerken en de enkels protesteren. Vanaf dat moment voel ik me opgejaagd. Als die verzwaringsvest-gast me maar niet inhaalt… het is geen wedstrijd, maar in mijn hoofd toch wel een beetje. Ik ging zo lekker. Ik jaag mezelf aan, maar loop niet meer ontspannen.
Het onvermijdelijke gebeurt, een opgewekte stem naast me vraagt of ik lekker loop. Het is de verzwaringsvest-man zonder verzwaringsvest. Ik zeg dat ik het zwaar heb en iets van dat ik het heus wel ga redden. Al snel is hij uit beeld.
Langs de route staan kleine bordjes met haiku’s. Naast soep en de strakke organisatie, is de houttrail beroemd om haar haiku’s, ook de shirts hebben al jaren een haiku. Ze kennen vele vormen, van grappig, tot quasi diepzinnig en sommigen ook gewoon heel erg mooi. Ik besluit dat ik het race-element van deze trail laat voor wat het is.
Al wandelend spreek mezelf vermanend toe, beloof dat ik de volgende keer wél ga trainen, zet weer een drafje in, val stil en word vooral veel ingehaald. Gelukkig kom ik een paar kilometer voor de finish eindelijk weer in een ritme. Ik hoor de speaker, geklap en pers er de laatste 200 meter iets uit wat in mijn hoofd een sprintje is, maar voor de omstanders waarschijnlijk nauwelijks waarneembaar was.
Als ik na de finish voor de derde keer een hap sinaasappel wegwerk, een handje chips in mijn mond prop en het wegspoel met wat heerlijk koel water, kijk ik om me heen. En zonnetje en overal vrolijk vermoeide mensen vol verhalen. Dit is waar ik wil zijn.
Ik sluit me aan in de rij voor de soep.

